Sie sind wieder da!
Hoe was Lissabon?
Zalig mooi, op de oververtegenwoordiging van het Pruisische volk na. OK, Allo ‘Allo en die ene legendarische Fawlty Towers-aflevering spelen vast een rol, maar toch… Duitsers zullen altijd Duitsers blijven.
Stel je deze situatie even voor: je wandelt ’s ochtends de ontbijtzaal van je hotel binnen, plaatst je spullen (sacoche van de madam en jouw fotocamera) op een tafeltje en wandelt met je bord naar het ontbijtbuffet. Komen er twee Duitsers binnen die zich rustig aan jouw tafeltje nestelen. Otto en Helga waren net niet snel genoeg om onze spullen in een duister hoekje weg te moffelen, want ondergetekende wees hen daar vriendelijk op. ‘Oh, Entschuldigung,’ snauwde blonde Helga me in vlekkeloos Engels toe. Otto bekeek me met een blik van ‘Du! Gegen die Mauer!’
Even later werd ik bijna van mijn sokken gelopen door een dikke – jawel – Duitse van een ander tafeltje die blijkbaar koste wat kost het laatste ontbijtworstje van het buffet wilde prikken. Toen ik ‘per ongeluk’ even terugduwde, gromde ook zij mij het Portugese proza ‘Enschuldiging’ toe.
Zeg nu zelf: dan wil je toch stoom aflaten? Dus trok Ruben even later op de hotelkamer, douchekop in de hand, alle registers van het Deutsche lied open: ‘Ich bin wie du’, ‘Eins zwei Polizei’, ‘Ein bisschen Friede’, ‘Verdammt Ich lieb’ dich’. Als toemaatje vergastte (met 2 t’s inderdaad
) ik Anja op mijn kennis van foute Duitse woordjes. Net toen we wilden vertrekken, ging ook de deur van de kamer naast ons piepend en schurend open, waarna een mompelend ‘Gute Morgen’ weerklonk. Wij uiteraard meteen de slappe lach. En geloof me, dan duurt het verschrikkelijk lang voor de lift jouw verdieping bereikt. Wij proestend met de tranen op onze wangen de lift in. Net toen we uitgelachen waren, hield de lift halt op de eerste verdieping. Een bejaard koppel stapte in en beet ons twee woordjes toe: ‘Guten Morgen’. Wij weer bulderen van het lachen.
Gegeneerd? Wij? Nee hoor. Waarom? Te meer omdat we ’s avonds een bondgenoot vonden in de barman van het hotel. Vlak voor sluitingstijd togen we nog even naar de hotelbar. Nog net twee zeteltjes vrij naast een groep bruingebrande bejaarden. De mannen van het stel zaten toevallig allemaal in lichtblauwe hemden en beige broeken. Het leken wel uniformen. Zouden het…? En ja hoor, toen de barman hun bestelling kwam opnemen, vielen alle maskers af. ‘Rotwein!’ bulderde een van hen. ‘Excuse me?’ vroeg de barman wat onwennig. ‘Rot-wein!’ snauwde de hotelgast opnieuw. ‘Red wine?’ probeerde de barman opnieuw. ‘Ja, Rotwein hab’ ich gesagt!’ luidde het immer vriendelijke Pruisische antwoord.
Ons vond de barman blijkbaar iets sympathieker. We bestelden een cocktail van het huis en sloegen even een babbeltje met de man, net voor hij de tafels voor het ontbijt ’s anderendaags begon te dekken. Toch nog een fokkietje koffietje voor het slapengaan? Wij dus opnieuw naar de bar. Vriend barman kwam gezwind onze richting uit, haalde twee glazen boven, vulde die voor de ogen van onze Deutsche vrienden met een of ander lekker, straf en ongetwijfeld zelf gebrouwen spul. ‘It’s free, on the house!’ grijnsde hij. Ook de Duitse doorzakkers bleven uiteraard met gretige staalharde blauwe oogjes wachten op hun gratis drankjes. En als de barman een kwartiertje later niet alle lichten gedoofd had, zaten ze daar nu waarschijnlijk nog.
Hoezo, ik heb iets tegen Duitsers? Nee hoor: mijn madam is er zelf een. Allez, kom een halve Duitse. En da’s al erg genoeg
13 mei, 2008 at 5:51 pm
Ordnung muss sein!
Was getekend